|
Website van OKBN * ARLIS/NL p/a Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie, Postbus 90418, 2509 LK - DEN HAAG - Nederland |
![]() |
Ik wordt door Martien ontvangen op zijn kamer in het mooie pand aan de Herengracht 286 dat in 1921 gebouwd is als een handelsgebouw voor de Deli Batavia Maatschappij die tabak verhandelde. Sinds 1990 bevind de bibliotheek van de faculteit Kunstgeschiedenis zich in dit gebouw. Martien is in 1989 hoofd en vakreferent van deze wetenschappelijke bibliotheek geworden. Dit betekende dat hij verantwoordelijk was voor het beheer van de collectie, het aansturen van personeel en de collectievorming. In de jaren daarna is dat langzaam aan allemaal gecentraliseerd en is Martien zich gaan toeleggen op het collectioneren, inhoudelijk ontsluiten van de collectie en het onderhouden van de contacten met de wetenschappelijke staf.
Martien heeft altijd in een bibliotheek gewerkt, hoewel zijn studie hem ook heel ergens anders had kunnen brengen. Na een half jaar Wiskunde en een half jaartje werken bij een supermarkt begon hij met Neerlandistiek aan de Herengracht. Tot zijn 17e was hij eigenlijk geen lezer, maar sindsdien leest hij alles wat los en vast zit. Zijn eigen collectie bestaat uit veel boeken maar volgens Martien zit er geen samenhang in: "Ik heb ze gekocht, gekregen of gevonden. Ik heb veel Nederlandse literatuur en de laatste 10 jaar lees ik thrillers en gepopulariseerde wetenschap zoals van Douwe Draaisma. Altijd onder handbereik ligt Moby-Dick, geschreven in 1851 door Herman Melville". Op dit moment is hij The Crossing van Cormac McCarthy aan het lezen.
Tijdens zijn studietijd is Martien kraker geweest, een levensstijl waar hij veel van heeft geleerd. Twee dingen worden expliciet benoemd: "je leert veel mensen kennen, en je leert met wie je wel en met wie je niet verder wilt gaan" en "ik heb er ontzettend veel kluservaring opgedaan, en daarna ook als klusser mijn geld verdiend". Na zijn studie heeft hij 5 jaar bij de Universiteitsbibliotheek gewerkt, waar hij in 1984 begonnen is in het kader van zijn vervangende dienstplicht bij de Bibliotheek van het Boekenvak van de Bijzondere Collecties. In die tijd heeft hij ook de postdoctorale opleiding tot wetenschappelijk bibliothecaris gevolgd, zowel de richting boekhistorie als de documentaire richting. Om van zijn werk naar de collegezaal te komen hoefde hij alleen de trap maar af te lopen.
Terug naar het heden. In de bibliotheek van Kunstgeschiedenis werken vier mensen aan de balie en Martien als vakreferent. Het catalogiseren gebeurt op de Centrale Bibliotheek. Martien krijgt gemiddeld zo'n 40 boeken per week binnen die hij op onderwerp ontsluit en waar hij een signatuur aan toekent. De collectievorming vindt plaats in nauw overleg met de wetenschappelijke staf, het selecteren gaat nog 'ouderwets' met slips, die binnen komen op basis van een duidelijk afgebakend onderwerpsprofiel, talen en (heel belangrijk) het niveau van de publicaties. Daarnaast spit Martien de catalogi van de diverse uitgevers door. De selectie die hij maakt wordt 1x per maand voorgelegd aan de vertegenwoordigers van de leerstoelgroepen. Het jaarbudget voor de aanschaf van boeken voor de bibliotheek van Kunstgeschiedenis is ongeveer 40.000 euro. Het daadwerkelijk bestellen en het geld uitgeven is het leukst, zegt Martien. "Je hebt dan echt het idee dat je ergens aan bouwt".Hij vertelt dat hij het prettig vindt om direct in te kunnen spelen op de wensen van de medewerkers. Hoewel deze werkwijze alle betrokkenen prima bevalt, zal het toch niet zo blijven. Martien heeft hier ook over geschreven in het themanummer van Art Libraries Journal. Het gaat steeds minder om collectievorming en steeds meer om andere diensten, uitgevoerd door de frontoffice, waar de vakreferenten minder bij betrokken worden.
Wat betreft de elektronische bronnen voor de bibliotheek is het aanbod behoorlijk uit gekristalliseerd. Er is een abonnement op een aantal belangrijke databases zoals Bibliography of the History of Art (die er trouwens mee lijkt te gaan stoppen) en the Avery Index to Architectural Periodicals. Wat de tijdschriften betreft is het beleid, dat de elektronische versie wordt aangekocht als deze beschikbaar is. "Het grote voordeel is dat je hier geen beheer aan hebt, het 24 uur per dag beschikbaar is voor iedereen en je geen dubbele abonnementen meer nodig hebt" zegt Martien.
Naast de vakgroep Kunstgeschiedenis werkt hij ook voor Algemene Cultuurwetenschappen, en de opleiding Culturele Informatiewetenschap. Martien geeft aan dat het lastig is om goed contact te houden met de inhoudelijk medewerkers van beide vakgroepen. Dit is niet structureel georganiseerd en gebeurt alleen als Martien het initieert. Toch probeert hij er op verschillende manieren voor te zorgen dat hij weet waar de wetenschappelijke staf en de studenten mee bezig zijn.
Een van zijn andere taken is lesgeven. Hij geeft aan alle 1e jaars (zo'n 10 groepen) een instructie over hoe je kunt zoeken in de catalogus en in de digitale bibliotheek. Aan gevorderde studenten van verschillende vakgebieden, die aan hun scriptie bezig zijn, geeft hij het college 'Literatuur zoeken'. Een andere taak is het project 'Readers Online' waarbij Martien de contacten legt en onderhoudt voor het maken van elektronische readers die gebruikt worden in het onderwijs.
Martien geeft aan dat hij op een tamelijk geïsoleerde plek zit en dat dat af en toe best eenzaam is. Hij mist de professionele contacten met gelijkgestemden. Allerlei inhoudelijke werkgroepen, inclusief de bibliotheekcommissie, hebben afgelopen anderhalf jaar stilgelegen omdat men druk is geweest met de overgang van Pica naar Aleph. Martiens rol hierin was onder andere het schrijven en geven van een instructie voor het gebruiken van de bestelmodule en een instructie voor de inhoudelijke ontsluiting. Eigenlijk is Martien altijd wel op zoek naar activiteiten naast zijn dagelijkse werkzaamheden. Zijn werk als bestuurslid van het OKBN is hier een goed voorbeeld van en ook de redactie voor het themanummer van ALJ, wat hij leuk vond om te doen. Dit jaar is er ook sinds lang weer een overleg geweest met alle vakreferenten van alle universiteiten en de KB, iets dat volgens Martien heel nuttig is. De UBA-blog van Martien kan in dit kader ook niet onbenoemd blijven. Hierop wil hij op een subtiele manier zichtbaar maken hoeveel en welk werk je als vakreferent eigenlijk verzet, in een samenspel van goede onderwerpen en een aansprekende vorm.
Martien heeft altijd in Amsterdam gewerkt en gewoond. In 1994 is hij naar Amstelveen verhuisd, waar hij nu zelf met een aanbouw bezig is. Deze heeft hij 'wind- en waterdicht' laten neerzetten en de rest doet hij zelf. "Eigenlijk vind ik dat iedereen voor zichzelf moet kunnen zorgen op dit gebied" zegt hij. Twee avonden in de week gaat hij samen met zijn vrouw bridgen, daarnaast volgen ze op dit moment de hoogste cursus die er te volgen is. Zijn muziekvoorkeur is breed, hij gaat naar concerten van klassieke muziek tot pop. Kaizer Chiefs, Silversun Pickups en Editors worden genoemd, maar ook de Moody Blues, Bob Dylan en Art Garfunkel. Regelmatig is hij twee of drie keer zo oud als het gemiddelde publiek vooral als hij gaat luisteren naar kleine bandjes in bijvoorbeeld de Melkweg. De liefde voor de muziek is net als voor het lezen begonnen rond het einde van de middelbare school, dus begin jaren zeventig, toen de popmuziek op kwam. Hij ging toen samen met vrienden met een brommertje van Wilnis naar Paradiso of naar de Jaap Edenhal. Tot slot heeft het volleybal lange tijd een belangrijke rol in Martiens leven gespeeld. Voor televisie kijken is er eigenlijk geen tijd, maar hij maakt een uitzondering voor een aantal programma's die hij samen met zijn dochter kijkt, zoals 'So you think you can dance'. Zij is 18 jaar en dit jaar begonnen met haar studie Rechten. Hij spreekt vol trots over haar en heeft een foto van haar staan die gemaakt is tijdens een vakantie in China, waar zij geboren is.
Op mijn vraag voor wie hij waardering heeft in ons vakgebied en/of binnen de faculteit noemt hij Marten Jan Bok, die hij beschrijft als een hardwerkende en bevlogen wetenschapper die altijd wat te vertellen heeft. Daarnaast heeft hij bewondering voor alle éénpitters, die alles zelf moeten uitvinden, waarbij hij Anita Vriend als voorbeeld noemt. Tot slot geeft hij aan veel respect te hebben voor Saskia Scheltjens, die altijd goed op de hoogte is van allerlei ontwikkelingen, daar ook altijd naar op zoek gaat en haar kennis deelt. Op mijn laatste vraag 'welke bibliotheek heeft de meeste indruk gemaakt' krijg ik de wedervraag 'mag het ook een boekhandel zijn'. Het wordt Selexyz in Maastricht, die sinds 2006 in de eeuwenoude Dominicanenkerk is gevestigd.
Tot slot krijg ik nog een rondleiding.van Martien. De bibliotheek bestaat uit vier verdiepingen, waarbij de trappen telkens steiler worden. Hoewel hij niet verantwoordelijk is voor de ruimte is het overduidelijk dat het 'zijn' bibliotheek is en dat hij graag hier, tussen de boeken, aan het werk is.