|
Website van OKBN * ARLIS/NL p/a Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie, Postbus 90418, 2509 LK - DEN HAAG - Nederland |
![]() |
Ik word ontvangen met een verontschuldiging voor zijn geringe aanwezigheid bij de OKBN-bijeenkomsten. Tijdens ons gesprek begin ik te begrijpen waarom Rickey daar eigenlijk geen tijd voor vrij weet te maken. Hij heeft een behoorlijk takenpakket én een sterke drive om zijn werk goed te willen doen.
Hoewel hij bibliothecaris is heeft hij in de afgelopen jaren ook de nodige inhoudelijke taken uitgevoerd. Enerzijds omdat de verwevenheid tussen bibliotheek en collectie groot is, het museum richt zich immers op het geschreven en gedrukte boek in het heden en verleden. Anderzijds omdat er enige tijd geen conservator voor de moderne collectie van het museum was en hij ook voor de collectievorming verantwoordelijk was.
We voeren ons gesprek in de leeszaal van de bibliotheek waar, langs de wanden, een deel van de handboeken staat. In het midden van de leeszaal staat een grote tafel, om aan te vergaderen of om bezoekers, uiteenlopend van kunst- en literatuurhistorici tot studenten typografie, te ontvangen. Rickey vertelt dat hij het in het begin lastig vond om voor een groep mensen te staan; gaandeweg is dat wat gemakkelijker geworden, zeker als hij aan studenten kan vertellen over de collectie. Er komen niet zo vaak bezoekers in de bibliotheek, vooral mensen die onderzoek doen weten de weg naar het museum te vinden. Omdat de ruimte dus relatief weinig wordt gebruikt, wil men die ook voor andere doeleinden, zoals lezingen en ontvangsten, geschikt maken.
Rickey vertelt mij over het ontstaan van het museum. Een stortvloed aan namen, jaartallen, feiten en interessante zaken worden moeiteloos in een onderhoudend verhaal geweven.
Beginnend bij Gerard Meerman (1722-1771), via zijn zoon Johan Meerman (1753-1815) die bij zijn huis een aparte bibliotheekgalerij liet bouwen, naar baron Willem van Westreenen (1783-1848). Hij trachtte de gehele collectie van Johan Meerman te verwerven. Deze werd in 1824 geveild werd, nadat de stad Den Haag, die de hele collectie aangeboden kreeg, besloten had de schenking niet aan te nemen. Toen deze verwervingspoging mislukte, zette de baron zijn aandeel in de opbrengst van de veiling geheel om in aankopen. Van Westreenen, die een omvangrijke boeken- en handschriftencollectie wist op te bouwen, vermaakte op zijn beurt zijn collectie aan de Staat der Nederlanden, die zijn schenking wel accepteerde.
Het museum omvat o.a. een belangrijke verzameling handschriften en oude drukken, waaronder 1500 incunabelen. Op dit moment zijn twee medewerkers van de KB bezig om de daarvoor relevante titels van het museum in te voeren in de Short Title Catalogue Netherlands (STCN), de Nederlandse retrospectieve bibliografie 1540-1800.
In 1960 werd aan de verzameling van de baron een collectie westerse boekkunst uit de periode vanaf de late 19e eeuw tot heden toegevoegd. Deze collectie wordt nog steeds uitgebreid, waarbij de uiterlijke vorm en de ontwikkeling van de vormgeving van boeken centraal staan.
Rickey is in 1991 afgestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam op het onderwerp 'de Utrechtse paneelschilderkunst in de 15e eeuw'. Van de paneelschilderkunst naar handschriften uit die tijd was volgens hem maar een kleine stap. In zijn laatste studiejaar werkte hij als vrijwilliger bij Martien Versteeg aan de oude en bijzondere boeken van het Kunsthistorisch Instituut.
Zijn eerste baan begon via het studenten uitzendbureau in de Scheikundebibliotheek van de Universiteit van Amsterdam. Omdat de sfeer er goed was en hij het werk leuk vond is hij daar gebleven. Eerst acht jaar als medewerker, en daarna drie jaar als coördinator van drie locaties van de inmiddels gefuseerde faculteit Natuurwetenschappen. De GO-opleiding werd gevolgd en hij werd privé lid van het OKBN. Ook bleef hij colleges boekgeschiedenis volgen en studeerde hij nog een jaar muziekwetenschappen in Utrecht.
In november 2002 is hij aangenomen als bibliothecaris van het Museum Meermanno. Met drie collega's vormt hij de bibliotheekafdeling en samen zijn ze verantwoordelijk voor de registratie en beschikbaarstelling, de mediatheek (alle beeldmateriaal) en de documentatie. Daarnaast is hij met de conservator moderne collectie verantwoordelijk voor de collectievorming.
In de afgelopen jaren is hij, samen met een collega, druk bezig geweest met de voorbereidingen voor het lanceren van de catalogus op het Internet. Dit gaat eind juni gebeuren. Toen hij in 2002 werd aangenomen waren er vijf losse catalogi (voor de moderne boeken, de ex-librissen, het archief, de brieven en de munten) plus een aparte catalogus voor de oude drukken in ISIS.
Ze zijn, naast alle gewone werkzaamheden, vier jaar bezig geweest met de voorbereiding en uitvoering van de conversies naar Adlib. De lancering is een mijlpaal, maar Rickey realiseert zich terdege dat het eigenlijk pas het begin is. De thesaurus moet nog gestandaardiseerd worden, de beschrijvingen worden uiteindelijk uitgebreid met beeldmateriaal én er ligt nog heel wat materiaal te wachten op ontsluiting.
In ons kleine landje zijn we in het bezit van een aantal musea en instituten die iets met grafische kunst doen. Zowel voor de grafische musea als voor organisaties met een grafische collectie bestond tot voor kort een overleg, maar ondanks de goede wil van de meeste betrokkenen is het bij een aantal vergaderingen gebleven. Rickey ziet hier zeker nog kansen voor de toekomst.
Op mijn vraag voor wie hij bewondering heeft in ons vakgebied antwoord Rickey: 'De eerste naam die bij me op komt is die van Rudi Ekkart. Hij is hier twee keer directeur geweest, heeft een aantal prachtige catalogi en publicaties gemaakt. Hij is inhoudelijk goed onderlegd én kan besturen, een bijzondere combinatie. Ik ken hem trouwens niet persoonlijk.'
De gewoonte om tijdens vakanties zo mogelijk een bibliotheek te bezoeken is ook bij Rickey aanwezig. Hij komt graag in Italië en heeft daar diverse mooie bibliotheken gezien. Onlangs was hij echter in Portugal op vakantie en heeft daar de universiteitsbibliotheek van Coimbra bezocht, een prachtig 18e-eeuws gebouw. 'En trouwens, de bibliotheek in Geneve van de Fondation Bodmer is ook prachtig. Daar moet je echt naar toe als je eens in de buurt bent'.
In zijn vrije tijd gaat Rickey graag muziek luisteren. Hij heeft een brede smaak, zo wordt mij al snel duidelijk als blijkt dat er voor de zaterdagavond een keuze gemaakt moet worden tussen de opera Saint François d´Assise van Olivier Messiaen en de David Kweksilber Big Band in het Bimhuis.
Tot voor kort zong Rickey zelf ook, in het Toonkunstkoor van Amsterdam. Sinds hij naar Den Haag is verhuisd is hij daar mee gestopt. Wel wordt er weer gestudeerd, ditmaal in Antwerpen, waar hij de tweejarige opleiding van het Plantin Genootschap volgt: "De studenten krijgen een schat aan (typo)grafische kennis en vaardigheden aangeboden en verdiepen zich in de historische achtergrond van hun vakgebied, zonder daarbij de recente ontwikkelingen en hedendaagse technieken uit het oog te verliezen".
Voor lezen is er ook nog tijd, hij is zelfs lid van een leesclub. Daar heeft hij onlangs het boek Evenaar van de Portugese schrijver Miguel Sousa Tavares geïntroduceerd. José Maria Eça de Queiroz (1845-1900) is een "favoriet-in-wording", een verwaarloosd maar geweldige schrijver volgens Rickey. Verder leest hij graag de boeken van de Engelse schrijver Julian Barnes.
Na een bliksembezoek aan het museum sta ik weer buiten. Met een vol hoofd na een geanimeerd gesprek met een vakman die veel meer is dan een bibliothecaris, en met twee kaartjes voor de opera.