Website van OKBN * ARLIS/NL
p/a Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie,
Postbus 90418, 2509 LK - DEN HAAG - Nederland

In gesprek met Annet Perry-Schoot Uiterkamp, bibliothecaris van de Jan van Eyck Academie in Maastricht

Annet verwelkomt mij in de ronde hal van de academie, een typisch jaren '60 gebouw. Het is het laatste werk van de architect F.P.J. Peutz, met grote ramen, kunststof trapleuningen en 'opengipsplaten' plafonds en een gepleisterde buitenmuur. "Architecten-en-en" uit Eindhoven hebben een renovatieplan gemaakt om het gebouw enerzijds in oude glorie te herstellen en anderzijds aan te passen aan de eisen van deze tijd. De bibliotheek wordt in dit plan twee keer zo groot. Annet hoopt dit nog mee te maken, " ..een bibliotheek verhuizen is verschrikkelijk, dat weet ik uit ervaring, maar het wordt fantastisch."

De academie is in 1948 opgericht. Kunstenaars, designers en theoretici, die al een opleiding en werkervaring hebben, krijgen hier de gelegenheid om zich twee jaar verder te professionaliseren. Ieder jaar worden er 24 nieuwe onderzoekers aangenomen (dit jaar waren er 426 aanmeldingen), die uit de hele wereld komen. Er zijn drie afdelingen: beeldende kunst, vormgeving en theorie. De Jan van Eyck valt niet onder de regelingen voor onderwijs, maar onder kunsten en dus onder het Kunstenplan. Elke vier jaar moet er opnieuw een beleidsplan goed gekeurd worden. Dit is net voor 2009 tot en met 2012 gebeurd.

Annet is allround bibliothecaris, die alle voorkomende werkzaamheden doet. Van collectievorming tot signatuurstickers plakken, van beleidsplannen schrijven tot boetes innen en van projecten coördineren tot het bijhouden van de tijdschriftadministratie. Ze vindt het heerlijk om alles te kunnen aanpakken en zich nergens te goed voor te voelen. Het maakt het werk zeer afwisselend. Haar vaste werkplek is aan de balie. Die was er niet toen zij in 2001 hier kwam werken. Middenin de bibliotheek stond een grote tafel met een glazen blad, waar men gezellig om heen zat. Er was nauwelijks controle over het gebruik van de materialen en de collectie was verwaarloosd.

Tijdens haar sollicitatie in 2001 kreeg ze een concept-bibliotheekplan voorgelegd, waar ze op mocht/moest schieten. Annet deed dit zo professioneel dat ze werd aangenomen en de opdracht kreeg om in één maand het concept tot een echt plan uit te werken, inclusief de financiële verantwoording. Toen ze dat binnen de afgesproken tijd wist in te leveren mocht ze een dag later al het plan gaan uitvoeren. Ze heeft de bibliotheek dus van de grond af op kunnen bouwen, met een bibliotheek- en boek-minded directeur, Koen Brams, achter zich. Hij ziet de bibliotheek als een van de kernen van de het instituut, waar Annet uiteraard zeer blij mee is.

Een van de onderdelen van het bibliotheekplan was om de hele bibliotheekcollectie van een, alleen intern raadpleegbare, Adlib database over te zetten naar de GGC. Een megaklus omdat het Adlib bestand te slecht was voor een conversie en Annet dus alle titels, samen met een collega, één voor één heeft overgezet. Hierdoor weet ze nu wel wat er aan titels aanwezig is. Door zich te houden aan haar plan en haar aandacht niet te versnipperen is het gelukt om deze grote klus te realiseren.

Na 1 jaar alleen te hebben gewerkt was duidelijk, dat er te veel werk was voor één persoon en werd er een bibliotheekassistent aangesteld. De assistent is bijna fulltime aan het catalogiseren. Aan de bibliotheek is ook een documentatiecentrum verbonden, waar een documentalist alles bijhoudt wat de onderzoekers doen. Dat is zeer divers en uiteenlopend. Ze organiseren workshops of nodigen gasten uit voor lezingen of organiseren tentoonstellingen. Ze geven zelf presentaties en maken vaak een kunstenaarsboek. De fysieke uitingen van de kunstenaars worden dubbel verwerkt: bij documentatie van de onderzoeker en in de bibliotheek.

De bibliotheek wordt door de meeste onderzoekers goed gebruikt. Sommige lopen wel een paar keer per dag binnen, anderen komen één keer per maand. Ook de adviserende onderzoekers onderkennen het belang van de bibliotheek. Dit zijn gerenommeerde kunstenaars, designers of theoretici die elders een baan hebben en bij de academie een urenaanstelling hebben, om de onderzoekers te 'begeleiden'. Zij geven Annet regelmatig adviezen op aanschafgebied. Het aanschafbeleid is gebaseerd op de drie afdelingen, maar daarnaast afhankelijk van de behoefte van de onderzoekers. Dat kan per periode dus heel verschillend zijn. Het is Annet haar taak om deze behoefte te achterhalen door contact met hen te leggen en te onderhouden. In principe worden publicaties aangeschaft in de taal waarin ze verschijnen en zo mogelijk wordt er ook een Engelse vertaling gekocht.

Een manier om de bibliotheek breder beschikbaar te maken is het samenwerkingsverband IHOL (Infostructuur Hoger Onderwijs Limburg). Via de Regionale Catalogus Limburg kunnen studenten in één keer alle catalogi doorzoeken en bij alle instituten materialen lenen. Annet kan dankzij deze samenwerking de onderzoekers van de Jan van Eyck doorsturen naar de universiteitsbibliotheek als zij bijvoorbeeld in artikelen in databases willen zoeken. Anderzijds komen er ook veel studenten van de kunstacademie, de toneelacademie, de universiteit om boeken te lenen die elders niet beschikbaar zijn. Middelbare scholieren komen soms met een ouder samen, als er een werkstuk gemaakt moet worden. Tot slot zijn er de bezoekers die via de Stadsbibliotheek komen, dat zijn vaak echte liefhebbers en daardoor ontstaan leuke contacten.

Er zijn de afgelopen jaren een paar grote schenkingen aangenomen, waaronder de hele collectie van het Bonnefantenmuseum (in 2000), een deel van de collectie van het Vormgevingsinstituut in Amsterdam (toen dat werd opgeheven), een deel van de collectie van de Beyerd (in 2006) en een aantal schenkingen van particulieren. Onlangs waren de kinderen en kleinkinderen van M.J.A.R Dittrich op bezoek in de bibliotheek. Zij hadden de hele privé kunstboekencollectie (een kleine tweeduizend titels) van deze in 1994 overleden burgemeester en kunstkenner geschonken aan de academie. Bij de feestelijke overdracht heeft de familie een door Annet samengestelde tentoonstelling bekeken met een selectie uit de schenking. En meteen kon men zien dat alle titels nu te vinden én te lenen zijn via de GGC. Annet vertelt dat zij het erg leuk heeft gevonden om een particuliere collectie in te werken. "Je kunt zijn leven aflezen uit de boeken die hij als jonge man heeft gekocht, de opdrachten die in de boeken staan, de voorkeuren voor bepaalde onderwerpen".

In principe is de bibliotheek van de Jan van Eyck academie een bewaarbibliotheek maar wel met al het materiaal in een open opstelling. Dit betekent dat zij langzaam uit haar voegen begint te barsten. Ook daarom zou het mooi zijn als de renovatieplannen gerealiseerd kunnen worden. De boeken worden op onderwerp ontsloten, via een voor de Jan van Eyck uitgebreide Siso-codering. Er worden geen trefwoorden toegekend, met uitzondering van kunstenaarsnamen en namen van musea.

Annet heeft al een aardige staat van dienst in de documentatie- en bibliotheekwereld hoewel ze in eerste instantie een andere passie had. Ze studeerde Geschiedenis in Nijmegen en heeft daarna les gegeven aan een middelbare school. Dat bleek al vrij snel niet de goede keuze te zijn waarna ze bij de vakgroep Sociaal Economische Geschiedenis bronnen uit de Oostzeehandel ging transcriberen. Na de postdoctorale opleiding tot wetenschappelijk bibliothecaris (OWB) in Amsterdam werkte ze bij het Katholiek Documentatiecentrum in Nijmegen aan een bibliografie van Katholieke tijdschriften op het gebied van de arbeidersbeweging. Dat was rond 1980, het tijdperk vóór de digitalisering, dus Annet ging overal naar toe en kreeg alle stukken nog zelf in handen. Dit gold ook voor haar volgende baan, waarin ze werkte aan een bibliografie over Overijssel. Uiteindelijk is al de verzamelde informatie overgetypt in een databestand en verwerkt tot de publicatie Bibliografie van Overijssel 1950-1980.

Midden jaren tachtig werd het echt lastig om een baan te vinden. Ze was opgeleid voor een leidinggevende functie, maar had nog geen leidinggevende ervaring .....Uiteindelijk lukte het in Maastricht, bij de bibliotheek van de Rijkshogeschool Tolk Vertaler, die toen pas een aantal jaren bestond. Dat betekende dat zij, samen met twee collega's de collectie op mocht bouwen. De opleiding groeide, er kwamen meer talen bij, de lijntjes met docenten en studenten waren kort. Dit was voor Annet een ideale baan. Na een aantal fusies van opleidingen en hogescholen en na verhuizing naar een locatie buiten het centrum, met minder contact met de docenten, werd het plezier een stuk minder. De gefuseerde bibliotheek was een uitleenfabriek geworden, en het gedrag van de studenten liet ook te wensen over. "Ik voelde me een oppas-juffrouw". Na ruim 11 jaar had Annet het daar wel gezien.

En toen kwam in 2001 de vacature bij de Jan van Eyck. Dankzij deze kans zijn alle plannen om eventueel vervroegd te stoppen of minder te gaan werken overbodig geworden. Daarvoor zijn het werk en de werkplek veel te leuk. De academie is een soort gemeenschap, waar met een staf van 24 mensen alles gedaan wordt.

Op mijn vraag voor wie Annet veel bewondering heeft krijg ik het antwoord: "O, voor heel veel mensen". Ze heeft er drie gekozen die ze bij naam wil noemen:

Ook als het gaat om mooie bibliotheken komen er meerdere opties: In Nederland vindt ze de Universiteitsbibliotheek van Utrecht mooi. In de Public Library in New York had ze de bijzondere ervaring dat hij heel intensief gebruikt wordt en het er toch doodstil is. Het Stiftsmuseum in Melk heeft een prachtige barokbibliotheek. Daar kwam ze langs tijdens een van de vele fietstochten die zij en haar man Jos samen maken. Een van de manieren om bestemmingen uit te zoeken is het bekijken van films uit de jaren 20/30 tot 50. Met name de Heimatfilms waarin het boerenleven geromantiseerd wordt, brengen haar regelmatig op ideeën voor fietsvakanties, waarbij zij bagagevervoer en logies regelen en daardoor de tijd aan zichzelf hebben om te genieten van het land en de steden waar ze door komen.
Behalve van fietsen houden ze ook van bergwandelen. Bij voorkeur in Zwitserland, vanuit een appartement hoog in de bergen. "Je bent nergens zo vrij.. het is er stil, je komt op plekken waar je anders niet kunt komen".

Het catalogiseren zat er bij Annet al vroeg in. Als kind speelde ze al bibliotheekje, waarbij ze in een schriftje opschreef wat ze had gelezen en voor haar boeken bedacht ze een eigen registratiesysteem. Tegenwoordig staan die trouwens nog steeds op schrijver en op thema in de kast. Zelf lezen doet ze vooral in de vakanties. Het diner van Herman Koch vond ze heel herkenbaar en licht om te lezen. Zwaardere kost was het boek De welwillenden van Jonathan Littell, een roman over mensen die de Holocaust hebben uitgevoerd, en dit 'gewoon' als hun werk zagen. Een genre dat Annet ook graag leest zijn biografieën, bijvoorbeeld die van Romy Schneider, Ik, Romy, waarin haar dagboekaantekeningen zijn verwerkt. Maar het liefst leest zij historische romans, omdat ze geschiedenis en archiefonderzoek stiekem nog steeds het leukste vak vindt.

Links

Top



Laatst bijgewerkt: 23 juli 2009