|
Website van OKBN * ARLIS/NL p/a Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie, Postbus 90418, 2509 LK - DEN HAAG - Nederland |
![]() |
Voordat we gaan zitten krijg ik een uitgebreide rondleiding door de bibliotheek en de depots. Onderweg hebben we het over haar werkzaamheden, haar liefde voor de collectie, de voordelen die het heeft als je als bibliothecaris kennis van en interesse voor het vakgebied hebt, de uniciteit van het NAi, het belang van fijne en vakbekwame collega's. Uit dit alles spreekt een grote betrokkenheid en veel enthousiasme. In de depots verontschuldigt ze zich voor het feit dat de planken niet allemaal even opgeruimd zijn. Ze zegt dat ze jaloers kan zijn op instellingen die alles keurig geordend hebben in hun depot. Op de vraag van mij welk instituut daar dan aan voldoet, komt zonder aarzeling het antwoord: Het Van Abbe!
Na de BDA is Christel begonnen bij de Openbare Bibliotheek Rotterdam. Van daaruit is ze als admina bij de stadsvernieuwingsorganisatie gaan werken. Daarna ging ze werken bij de Dienst Kunsten van de gemeente Dordrecht en is ze weer gaan studeren. Ze koos voor kunst- en cultuurwetenschappen aan de Erasmus universiteit. Via een stageplek bij Stichting BONAS (Bibliografieën en Oeuvrelijsten Nederlandse Architecten en Stedenbouwkundigen) kwam ze bij het NAi terecht. Dat is ondertussen 14 jaar geleden.
De bibliotheek van het NAi verzamelt en beheert informatie over Nederlandse en buitenlandse architectuur, stedenbouw en aanverwante onderwerpsgebieden zoals huisvesting, ruimtelijke ordening, landschapsarchitectuur en interieurarchitectuur. De nadruk ligt op de moderne tijd, de periode vanaf de 19de eeuw. De bibliotheekcollectie bestaat uit ongeveer 40.000 boeken en brochures, bijna 1000 tijdschrifttitels, waarvan 150 lopende abonnementen. Het NAi beschikt bovendien over een mooie collectie zeldzame boeken en tijdschriften uit de periode 1920-1940, en folianten uit de 18de, 19de en 20ste eeuw. Alle collectiestukken zijn alleen ter inzage, en worden niet uitgeleend.
Het NAi beheert ongeveer 600 archieven en verzamelingen, niet alleen van architecten en stedenbouwkundigen, maar ook van beroepsverenigingen en opleidingen over de periode 1800-1970. De archieven zijn zo compleet mogelijk en bevatten daarom ook schetsen en voorontwerpen, werktekeningen, zakelijke en persoonlijke correspondentie, foto's, maquettes en verzamelde knipsels en tijdschriftartikelen. De studiezaal van het NAi is vijf dagen in de week geopend: van dinsdag tot en met zaterdag en wordt dan bemenst door een bibliothecaris of een archivaris, met ondersteuning van een collectieassistente. De studiezaal wordt bezocht door (veelal buitenlandse) studenten, onderzoekers en particulieren. Bezoekers komen regelmatig terug en zijn bijna altijd enthousiast en gemotiveerd. Vaak is de hoeveelheid beschikbaar en bijzonder materiaal een eye-opener voor mensen. Het feit dat bijna al het materiaal direct opvraagbaar is uit het depot wordt zeer gewaardeerd. Sinds kort is de bibliotheekcatalogus ook raadpleegbaar via de website van het NAi.
Intern wordt er betrekkelijk weinig gebruik gemaakt van de (diensten van) studiezaal. Bij het bedenken en inrichten van een tentoonstelling heeft de curator meestal een projectassistente voor al het uitzoekwerk. Gelukkig komt deze er vroeger of later toch achter dat er een schat aan informatie en kennis in huis beschikbaar is.
Hoewel Christel bibliothecaris is vraagt haar werk als studiezaalmedewerker ook om veel kennis over de archieven van het NAi. Dankzij haar interesse en motivatie heeft ze die in de loop der jaren wel opgebouwd. Naast het helpen van bezoekers tijdens de studiezaaldiensten heeft ze de volgende taken:
Essentieel is voor haar het werken met en voor mensen. Dat is dan ook de reden dat ze niet gesolliciteerd heeft naar de functie van hoofd (waarvoor op dit moment de sollicitatieprocedure loopt). Dat is haar veel te veel vergaderen, rekening houden met (verborgen) agenda's en belangen. In het verleden heeft Christel naast haar werk als bibliothecaris als freelancer beeldredacteur gewerkt. Zo heeft ze de beeldredactie gedaan van de uitgave Interbellum Rotterdam : kunst en cultuur 1918-1940. Het zijn echter niet altijd architectuur gerelateerde uitgaven die ze voorziet van beelden, maar bijvoorbeeld ook het boek Onze Smaak : wat Nederlanders eten en drinken over de geschiedenis van het Nederlandse eten.
Sinds juni 2007 werkt ze nog twee dagen bij het NAi en de andere drie dagen als wetenschappelijk onderzoeker bij de Beyerd, museum voor grafische vormgeving. Samen met een collega onderzoeker én met Esther Cleven (de conservator) werkt ze aan de tentoonstelling '100 jaar grafische vormgeving', die een vast onderdeel gaat worden van de vernieuwde Beyerd. Het museum gaat naar verwachting in juni 2008 open. Het is een leuke klus, die een appèl doet op een andere manier van denken: in de architectuur wordt bijna altijd vanuit de (maatschappelijke) context gedacht, voor deze tentoonstelling wordt gewerkt vanuit het kunsthistorische object.
Mensen bewonderen doet ze niet zo, wel vindt ze sommige mensen erg interessant. Eén daarvan is Rem Koolhaas. Ze vindt het knap hoe hij theorie en abstractie weet te vertalen in gebouwen. Het feit dat hij niet als architect is opgeleid en dat het architectenbureau ook een onderzoekpoot heeft zijn nog twee aspecten die daarin meespelen. Tot slot is ze onder de indruk van de bouwwerken. Hoewel ze toegeeft dat de Kunsthal niet heel praktisch is ingericht vindt ze het ontwerp op de bouwtekeningen wel zeer ingenieus. Het nieuwe deel van de Staatsbibliothek in Berlijn, van de architect Hans Scharoun, noemt Christel een voorbeeld waarbij gebouw en bibliotheek samenvallen. Het is een open ruimte en toch knus.
Christel leest altijd voor ze gaat slapen. Op dit moment leest ze het boek The Rotters' Club van Jonathan Coe. Het boek gaat over een viertal jonge vrienden op een school in Birmingham in het onwerkelijke landschap van de jaren zeventig. Veel boeken krijgt ze door van haar collega, waardoor er ook regelmatig werk gelezen wordt dat ze zelf nooit gekocht zou hebben, zoals Scandinavische detectives en debuutromans.
Samen met haar vriend heeft ze een huisje in het Groningse dorp Godlinze, vlak bij de Pancratiuskerk uit de 12e eeuw. Het dorp heeft 390 inwoners, geen supermarkt (de dichtstbijzijnde AH is op 8 km), wel een school en op zondag 4x een bus naar de buitenwereld. Zij genieten daar zo'n twee weekenden per maand van het echt buitenleven: de moestuin, fruitbomen, koken, uitrusten, spelletjes, lezen. Voor hen is het de ideale manier om de 'kop over diek' te steken. [vertaling: het hoofd leeg te laten waaien]. Het dorp is bekend dankzij Bruno Santanera, de uitvinder van de Bio Stabil 2000, een hanger met zeldzame aarde uit Zaïre die elektromagnetische stress kan neutraliseren…
Een tweede hobby is het afstruinen van rommelmarkten en tweedehands winkels, op zoek naar de pareltjes die er altijd zijn: voor zichzelf mooi dun glaswerk, voor het NAi een interessante publicatie en voor anderen is er ook altijd wel wat te vinden.