Website van OKBN * ARLIS/NL
p/a Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie,
Postbus 90418, 2509 LK - DEN HAAG - Nederland
Werkgroep Architectuurbibliotheken |
 |
Notulen van de bijeenkomst zes kunsthistorische bibliotheken
Opgesteld door: Heleen Homma, Patrick Mout
Vergaderdatum: 6 juli 2000
Plaats: Rijksdienst voor de Monumentenzorg
Tijd: 10.30-14.00 uur
Aanwezig: Goos Dullaart (RKD), Gert-Jan Niemantsverdriet (Nai), Chris Smeenk (TUD), Heleen Warmoeskerken-Klasen (TUD), Maggy Wishaupt (KB), Peter Don (RDMZ), Heleen Homma (voorzitter, RDMZ) en Patrick Mout (notulist, RDMZ)
Afwezig: Bart Rosier (VU) (schriftelijke reactie), Klaas de Jong (AkvB) (schriftelijke reactie), Roman Koot (RUU/letteren) (schriftelijke reactie)
* = Schriftelijke reactie die later aan het verslag is toegevoegd.
Inleiding
Op 1 oktober 1999 is de reorganisatie van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg (RDMZ) afgerond, hiermee is in gang gezet een verschuiving van een centrale regelgevende en subsidieverschaffende dienst naar een meer adviserende organisatie, een kenniscentrum. Deze verandering heeft gevolgen voor de taken van het Bibliotheek en Documentatiecentrum (BIDOC). Als onderdeel van de afdeling Documentaire Informatie speelt BIDOC een centrale rol in de nieuwe positie van de RDMZ als kenniscentrum. Dit heeft tot nu toe geleid tot het opstellen van een concept acquisitieplan.
Collectieprofiel bibliotheken
Tijdens de vergadering zijn per bibliotheek de volgende vragen beantwoord:
- Wat zijn de traditionele zwaartepunten in de collectie architectuur?
RDMZ: zie concept acquisitieplan, onderdeel BIDOC.
Nai: legt het accent op de architectuur na 1850. Naast alles over architecten wordt er veel over de architectuurkritiek verzameld. Het onderwerp topografie is niet aan de orde.
TUD: legt de nadruk op architecten-monografieën; stedenbouw, landschap en ruimtelijke ordening; gebouwen, constructie en ontwerp.
RKD: de kern van de collectie bestaat uit de kunsthistorie van Nederland en België en invloeden uit Duitsland, Frankrijk, Engeland en Italië. De historische topografie bestaat voornamelijk uit een grote collectie over Gelderland en wordt, net als de collectie over conserveren en restaureren, verzameld ten dienste van de schilder- en tekenkunst. Verder is er een collectie over interieur en meubels, architectuur in Europa, Noord-Amerika en overzeese architectuur over o.a. Indië en Kaap de Goede Hoop.
KB: heeft naast het nationaal depôt een eigen wetenschappelijke collectie geesteswetenschappen met als zwaartepunt de Nederlandse architectuurgeschiedenis vanaf de Renaissance.
RUU*: traditioneel redelijk sterk: collectie Internationale topografie, waarbij bouwkunst, stedenbouw en monumentenbeschrijvingen verzameld worden. Dit gebeurt de laatste jaren een stuk minder intensief. Het historische zwaartepunt w.b. de architectuur zijn architectuurtractaten. Het collectioneringsbeleid m.b.t. Nederlandse architectuur is met name gericht op de architectuurgeschiedenis vanaf de middeleeuwen tot 1850. De Nederlandse architectuur na 1850 wordt op minimaal onderwijsniveau verzameld, d.w.z. grote overzichten en monografieën over architecten en onderwerpen, van moderne buitenlandse architectuur worden alleen voorbeelden van architecten opgenomen. Kunstnijverheid wordt verzameld op basisniveau.
AkvB*: zwaartepunten zijn: architectuur, stedenbouw, landschapsarchitectuur met het accent op 1945-heden, vakdidactiek en architectuurtheorie.
VU*: zwaartepunten zijn: Nederlandse architectuur, stedenbouw en tuin- en landschapsarchitectuur uit de 19de en 20ste eeuw.
- Zijn er nieuwe aandachtspunten?
RDMZ: zie concept acquisitieplan, onderdeel Bidoc.
Nai: ja, de Nederlandse wederopbouw 1945-1963.
TUD: ja, bouwmanagement, vastgoedbeheer en computerarchitectuur.
RKD: nee
KB: nee
RUU*: in het kader van de samenwerking met de Utrechtse Hogeschool van de Kunsten zullen wij wellicht meer gaan doen aan achtergronden en theorie van moderne vormgeving. Om die reden kan ook moderne bouwkunst meer accent gaan krijgen. Na de zomer worden in samenwerking met de afdeling architectuur de huidige abonnementen bekeken. Dat zal zeker tot aanpassingen leiden. In samenhang daarmee zal het collectievormingsprofiel van de bouwkunde worden geëvalueerd.
AkvB*: ja, de architectuur, stedenbouw en landschapsarchitectuur van de 19de en 20ste eeuw. Nadruk in het beleid komt te liggen op de bibliotheek als geheugensteun van het vakgebied, i.p.v. bibliotheek als spiegel van de ‘state-of-the-art’, daarom meer nadruk op bewaarfunctie en historische context van de actualiteit.
VU*: nee
- Hebben veranderingen in het onderwijs/onderzoek gevolgen voor de collectie architectuur?
RDMZ: nee
Nai: nee
TUD: ja, er is een samenwerkingsverband tussen het studielandschap bouwkunde en de bibliotheek.
RKD: nee
KB: nee
RUU*: vanaf studiejaar 2001/2002 wordt een nieuw Bachelor/Master-structuur ingevoerd. Dit heeft grote gevolgen, maar hoe groot is nu nog niet te concretiseren.
AkvB*: ja, we proberen altijd aan te sluiten bij ontwikkelingen in het onderwijs en het vakdebat.
VU*: ja, veranderingen in het onderwijs aan de Vu betekent nieuwe prioriteiten in het collectievormingsprofiel. Oude collectie-onderdelen moeten echter ook voort blijven bestaan.
- Is er een redelijk budget en is dit stabiel?
RDMZ: ja, fl. 135.000,- voor boeken en tijdschriften en fl. 10.000,- voor Instandhoudingstechnologie.
Nai: ja, ongeveer fl. 65.000,-.
TUD: ja, een eigen budget van ongeveer fl. 100.000,-, daarnaast kan tot een bedrag van fl. 35.000,- er een beroep worden gedaan op het budget van de Centrale Bibliotheek.
RKD: ja, een jaarlijks budget van ongeveer fl. 150.000,- en een extra budget voor dure aankopen.
KB: nee, het budget van fl. 120.000,- is te krap, gezien het feit dat er geen rekening wordt gehouden met jaarlijkse prijsstijgingen van boeken en abonnementen.
RUU*: er is geen apart budget voor architectuur. Het totale budget is c.a. fl. 70.000,- voor boeken en hetzelfde bedrag voor tijdschriften.
AkvB*: ja, fl. 25.000,- per jaar.
VU*: het totale budget voor kunstgeschiedenis is fl.87.000,-. Voor architectuur gebruik ik minstens éénderde van het budget, c.a. fl. 30.000,-.
- Is de collectie goed toegankelijk?
RDMZ: in principe wel. De collectie boeken, tijdschriften en tijdschriftartikelen zijn ontsloten via het ADLIB-systeem. In de toekomst wordt ook het documentatiemateriaal in dit systeem beschreven. De bedoeling is om ADLIB op korte termijn online beschikbaar te stellen.
Nai: de boekencollectie is goed ontsloten, het idee is om in de toekomst met ADLIB te gaan werken. De tijdschriften zijn vanaf 1842-1927 toegankelijk via een kaartsysteem; de jaren 1928-1949 zijn niet ontsloten; 1950-1960 is beschreven in het API-systeem; 1961-1975 in een kaartsysteem en vanaf 1975 is het beschreven in een geautomatiseerde catalogus. Via het Bonas-project worden architecten en stedenbouwkundigen ontsloten.
TUD: ja, ontsloten volgens het ALEPH-systeem, dit is toegankelijk via Internet.
RKD: sinds 1987 zijn de boeken willekeurig ontsloten en de tijdschriften allemaal beschreven in een geautomatiseerd systeem. De veilingcatalogi zijn vóór 1925 ontsloten in het systeem LUGT, vanaf 1925 t/m 1995 beschreven in een kaartysteem, daarna in een geautomatiseerd catalogus. Preciosa en tijdschriften zijn goed ontsloten.
KB: ja, de wetenschappelijke collectie is goed toegankelijk.
RUU*: ongeveer één derde van de collectie uit de open opstelling is verplaatst naar het gesloten magazijn. Dit geldt ook voor bouwkunst en topografie.
AkvB*: ja, de geautomatiseerde catalogus omvat het hele bezit.
VU*: ja
- Worden er titels gedigitaliseerd? (dit in verband met ‘de digitale bibliotheek geesteswetenschappen’)
RDMZ: op dit moment niet.
Nai: nee
TUD: nee
RKD: nee, er zijn wel plannen.
KB: ja, er is een groot digitaliseringproject aan de gang, zie voor meer informatie de Internet-site van de KB.
RUU*: nee, er zijn wel plannen i.v.m. toekomstige verplaatsing van oude tractaten.
AkvB*: alleen de bibliografische gegevens, geen full-text bestanden.
VU*: nee
- Vindt er ruil/schenking plaats?
RDMZ: het wordt steeds minder, hoofdzakelijk vindt er ruil plaats bij de geïllustreerde beschrijvingen en tijdschriften. Maar over het algemeen is er sprake van een stagnatie en met Frankrijk is er vrijwel geen ruil meer. Schenkingen van publicaties vindt plaats, in de vorm van bewijsexemplaren, indien er gebruik is gemaakt van beeldmateriaal van de RDMZ.
Nai: ruil alleen bij tijdschriften en schenkingen in de vorm van bewijsexemplaren.
TUD: nee
RKD: ja, tussen de publicaties Oud Holland en Jong Holland en veilingcatalogi worden geruild met de voormalige Oostbloklanden en schenkingen in de vorm van bewijsexemplaren.
KB: nee
RUU*: nee
AkvB*: soms
VU*: nauwelijks
- Vindt er deselectie of sanering plaats (Wil men de Kunstdenkmäler afstoten?)
RDMZ: nog niet er wordt een voorstel gedaan in het concept acquisitieplan.
Nai: nee, wel worden de dubbele boeken na 1960 verkocht via een boekenmarkt.
TUD: ja, voornamelijk ontdubbeling.
RKD: ja, ontdubbeling in samenwerking met het Iconografisch Bureau.
KB: nee
RUU*: er worden geen publicaties afgestoten.
AkvB*: niet meer, zie vraag 2.
VU*: nee, alleen doubletten mogen we afstoten.
- Zijn er problemen, wensen, verwachtingen?
RDMZ: een wens is om de collectie toegankelijk te maken via Internet.
Nai: een wens is om de tijdschriftenbestand op Internet te zetten.
TUD: een wens is meer contact met gelijkgestemde bibliothecarissen in het buitenland en ABSIS uit te breiden.
RKD: gaat nieuwbouw plegen waarbij afdelingen samengaan. Een deel van de tijdschiftenadministratie is uitbesteed aan Swets Blackwell waarschijnlijk wordt dit meer.
KB: een wens is om de collecties van kunsthistorische bibliotheken toegankelijk te maken via de Gecentraliseerde Geautomatiseerde Catalogus (GGC).
RUU*: nee
AkvB*: de beroepsgroep van architecten, stedenbouwers, etc. weet steeds beter de weg naar de bibliotheek te vinden, deze tendens zet door. De bibliotheek wilt graag inspelen op de wensen van deze gebruikersgroep, maar de middelen blijven beperkt.
VU*: nee
- Wie gebruikt ABSIS? Met welke ervaringen? Toekomstperspectief database? (Schriftelijke vraag van Roman Koot)
ABSIS (1987) is gemaakt door de TUD en wordt gebruikt door o.a. de TUD, de RU, het AvBA en het Nai. In ABSIS zijn ongeveer 3000 tijdschriften ontsloten. De ervaringen met het systeem zijn goed. Het is inmiddels op CD-ROM beschikbaar, heeft een goed trefwoorden systeem en is object en/of architect-gericht ontsloten. De TUD wil ABSIS verder uitbreiden.
*Voor RU is ABSIS een belangrijke database. De ervaringen met het systeem zijn goed, alleen de interface voor gebruikers is niet optimaal. Verder is het jammer dat de database alleen ‘projecten’ indexeert en geen (theoretische) beschouwingen, nieuws, actualiteiten, redactionele gegevens, boekbesprekingen, etc. Een nadeel van ABSIS is: de grote overlapping met andere databases, zoals API en Avery en de onregelmatige verwerking van updates. Daarnaast de RU het wenselijk om gegevens vóór 1987 retrospectief in te voeren.
Actiepunten/voorstellen
- Voorstel van Gert-Jan om een gezamenlijk depôt voor dubbele architectuurtijdschriften aan te leggen, bewaarplaats Nai. Ieder die een tijdschriftnummer mist kan op het depôt een beroep doen.
- Chris (TUD) stuurt Heleen (RDMZ) het restauratiearchief Kerk Amsterdam/Wegener-Sleeswijk.
- Heleen (RDMZ) stuurt Chris (RDMZ) de aanwinstenlijst IT-documentatie.
- RDMZ is van plan een lijst te maken van restauratiearchitecten.
- RDMZ en KB gaan praten over het afstoten van de Kunstdenkmäler.
- RDMZ wil in een vervolggesprek een duidelijke afstemming over het gezamenlijk collectiebeleid maken.
Laatst bijgewerkt: 25 april 2002