|
Website van OKBN * ARLIS/NL p/a Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie, Postbus 90418, 2509 LK - DEN HAAG - Nederland | ![]() |
De studiedag, georganiseerd door het Overleg Kunstbibliotheken Vlaanderen in samenwerking met het Muziekinstrumentenmuseum, stond in het teken van de kennismaking met documentaire collecties en de eisen die deze collecties zich stellen bij het beter vindbaar en doorzoekbaar maken van hun aanbod op het Internet. Naast Belgische presentaties, was er ruimte voor een Franse en een internationale voordracht.
Dries Moreels (Vlaams Theaterinstituut, Brussel) presenteerde zoeken.vti.be voor het vinden van informatie over podiumkunsten. Belangrijke punten bij de bouw van deze zoekmachine waren: gebruikers moeten gemotiveerd worden om door te zoeken, bronnen dienden gelijktijdig doorzoekbaar te zijn, er moet relevante informatie worden gevonden ongeacht de locatie en als laatste wilde men zoekacties met nulresultaten voorkomen. Gekozen werd voor de Aquabrowser. Met behulp van een 'woordenwolk' van samenhangende termen nodigt deze interface de gebruiker uit om verder te zoeken. Met de Aquabrowser worden meerdere, niet alleen Vlaamse, bestanden gelijktijdig doorzocht waaronder Amazon.com. Niet alleen verrijkt Amazon.com de bibliografische informatie, bijv. door het aanbieden van inhoudsopgaven, het kan zelfs voordeliger zijn om via Amazon.com iets te bestellen dan om naar een bibliotheek te reizen, die het boek heeft.
Henk Vanstappen (Rubenianum, Stedelijke Musea stad Antwerpen) ging in op RubensOnline, een bestand met informatie over een deel van het oeuvre van Rubens. Bij de opzet van het bestand, ontwikkeld voor het jubeljaar 2004, moest vanwege tijd en geld een aantal scherpe keuzen gemaakt worden. Een zeer belangrijk element bij het maken van deze keuzen waren de verwachtingen ten aanzien van het publiek dat de database zou raadplegen: uiteraard leken, maar ook diverse groepen kunsthistorische 'experts'. De databasestructuur en de interface werden op een zodanige wijze ontwikkeld dat beide groepen aan hun trekken komen.
Laurent Sebillotte (Le Centre National de la Danse, Parijs) ging in op de rol van de mediatheek in de strategie van het Centre National de la Danse. De relatief jonge Danskunst ontbeert nog een gedegen wetenschappelijk kader en in het verlengde daarvan ideeën over de wijze van documentatie ten behoeve van het onderzoek. De mediatheek van het Centre heeft deze uitdaging aangenomen en tracht op dit punt leidend te zijn onder meer door een gebrek aan bronnen of onvolledigheid daarvan te voorkomen door de opbouw van diverse gespecialiseerde collecties. Met digitalisering, vereenvoudiging van de toegang en het aanpassen van systemen aan het specifieke onderwerp wordt de documentaire informatie gemodelleerd voor specifieke doelgroepen.
Antonio Baldassare (Centre international du Répertoire International d'íconographie Musicale) schetste de ontwikkeling van het Répertoire International d'Iconographie Musicale (RIDIM). Drie andere internationale projecten (RILM, RIPM en RISM) kunnen reeds jaren bogen op een ongekende bloei. De langzame ontwikkeling van het RIDIM is veroorzaakt door jarenlange onenigheid over wat muziekiconografie eigenlijk inhoud. Daarnaast werkte de voor de muziekiconografie ontoereikende beschrijving van de visuele bronnen, het interdisciplinaire karakter en het gebrek aan internationaal draagvlak tegen. Dit lijkt nu allemaal verleden tijd, het RIDIM timmert hard aan de weg met software, procedures, databases, 'vocabulary control' en standaarden op het terrein van de muziekiconografie.
Erik Buelinckx en Wilfried Janssens (Koninklijk Instituut van het Kunstpatrimonium, Brussel) zetten uiteen hoe het Instituut is ontstaan en wat het beoogt. Het KIK is al in een zeer vroeg stadium begonnen met het digitaliseren van (delen van) haar fototheek. Veel aandacht werd daarbij besteed aan de iconografische kant van de beschrijving. Een groot deel van de presentatie werd dan ook gewijd aan het tonen van verschillende soorten zoekacties naar iconografische aspecten. Een belangrijk element dat daarbij naar voren kwam, was dat verschillen in de wijze van ontsluiting die bij het KIK gangbaar waren maar inmiddels achterhaald, hun sporen hebben achtergelaten in het geautomatiseerde systeem
Jan Vermassen (Reproductiefonds, Gent) hield de lezing waar de meeste reacties van het publiek op kwamen. De Vlaamse overheid biedt met het Reproductiefonds een digitaal platform waarmee beelden, informatie en reproducties van het Vlaams cultureel patrimonium worden beheerd en verspreid. Als commerciële poot van dit bestand kan tegen betaling hoogwaardige reproducties voor commercieel gebruik worden besteld alsmede producten als mokken, mousepads, kalenders etc. Vooral over deze commerciële activiteit werden nogal wat vragen gesteld. Maar Vermassen wees er telkenmale op dat deze activiteiten niet de kern van het bestand vormen en in samenspraak en met toestemming van de afzonderlijke erfgoedinstellingen worden uitgevoerd.
Al bij al bleek deze namiddag een succes, met een bescheiden maar zeer geïnteresseerd en betrokken publiek. Als er al iets betreurd kan worden, dan is het dat een aantal relevante onderwerpen niet aan bod waren gekomen, zoals: de wijze waarop in het complexe proces van automatisering, digitalisering en ontsluiting een leidinggevende de juiste keuzen kan maken, of databases voor toekomstig gebruik worden veiliggesteld en als laatste het vaste punt dat bij die soort bijeenkomsten altijd langs komt: de rechten.